e36.jpgHet dak van de wereld, de Mount Everest (8848m), werd op 15 mei 2007 bevolkt door drie Belgische vrienden: Steven (Stef) Maginelle, Bjorn Vandewege en Stein Tant. In die volgorde maakten ze hun levensdroom waar. Het verhaal is intussen bekend, want de aandacht van pers en media voor de beklimming was overweldigend. Voor, tijdens en na hun toppoging stond de telefoon bij de thuisblijvers roodgloeiend. Maar hoe meer er verscheen, hoe frequenter fouten door de mazen van het redactionele net glipten. Fouten werden overgenomen zonder gecheckt te worden en verschillende reporters gaven elk hun eigen interpretatie van de feiten weer. Nu de storm even geluwd is, is het tijd voor een hartelijk gesprek met Bjorn Vandewege over reporters, media en nieuwe dromen.

Eerst en vooral: proficiat met het geslaagde avontuur. Maar een vraag die dan meteen bij me opkomt: was die hele mediaheisa soms niet van het goede teveel?

BJORN VANDEWEGE: Goh, soms was het inderdaad wel even blazen. We kregen veel meer aandacht dan we verwacht hadden en soms werd het wel wat overweldigend, ja. Zeker omdat wij het zelf eerder als een scoutskamp zagen en niet zozeer als een wereldprestatie. Maar aan de andere kant duurde die heisa ook maar twee weken. Mij hoor je dus niet klagen. Wat ik nu wel zeker weet, is dat ik nooit een BV zou willen zijn (lacht).

Wat stoorde je dan het meest in de verslaggeving?

VANDEWEGE: Ik heb het vooral moeilijk met de vraagstelling. Bepaalde verslaggevers zijn zo subjectief in hun vraagstelling, dat het overduidelijk wordt waar ze heen willen. Ze duwen je als het ware in een hoek en geven de vraag een bepaalde kleur mee. Zo is Stein bijvoorbeeld afhankelijk van het medium een Gentenaar, een Bruggeling of afkomstig van Oedelem. Ik ben dan van Gent of van Beervelde. Nog erger wordt het als men laat uitschijnen dat we maar met twee zijn in plaats van met drie, puur omdat de andere zogezegd niet uit Gent komt. Kijk, ik zal nog een voorbeeldje aanhalen. Een journalist vroeg me: ‘jullie stonden met drie op de top en zijn alleen afgedaald, vind je het erg om je maat achter te laten?’. Vinden we het erg? Natuurlijk vinden we dat erg, maar die vraag hoeft daar toch niet bij te staan? In de Zone des Doods (boven de 8000m, nvdr) is het gewoonweg ieder voor zich. Ter illustratie: om daar iemand bewusteloos naar beneden te krijgen heb je maar liefst twaalf sherpa’s nodig, je probeert gewoon je eigen vel te redden. Gelukkig hadden we het vooraf onderling duidelijk gemaakt dat zo’n vragen bullshit zijn. Desnoods zouden we wel apart naar beneden gaan. We weten trouwens zelf ook wel dat bepaalde media meer op sensatie belust zijn dan andere.

Over welke media heb je het dan specifiek? Is je houding veranderd?

VANDEWEGE: We weten allemaal dat er een verschil is tussen de kwaliteitskranten en de sensatiepers, net als er een verschil bestaat tussen de openbare en de commerciële omroep. Terwijl de VRT veel nuchterder was in de verslaggeving, zagen we dat die zucht naar sensatie toch groter was bij VTM en Het Laatste Nieuws. Uiteindelijk bleek de verslaggeving van De Morgen het best. Voor mij is het simpel, als ik nog eens zo’n avontuur onderneem selecteer ik veel meer wie interviews krijgt en wie niet.

Ik neem aan dat je dan geen stappen ondernomen hebt zoals een klacht bij de Raad voor de Journalistiek of een recht van antwoord?

VANDEWEGE: Eerlijk, ik heb geen zin om daar tijd en energie in te steken. Ook met het nalezen voor publicatie zal ik me niet bezig houden, ook al was daar nu ook gewoon geen tijd voor. We zaten namelijk nog op de berg. Maar natuurlijk weten we ook dat niet iedereen thuis is in ons bergbeklimmerwereldje. Het is niet de specialiteit van de journalisten en dan kan je al sneller iets relativeren. Maar toch was het opvallend hoeveel fouten er opdoken. En als er fouten waren, werden die razendsnel overgenomen in andere artikels.

Kan je eens een paar voorbeelden geven?

VANDEWEGE: Soms waren de kranten ronduit fout, de vader van Stein zou bijvoorbeeld gezegd hebben dat we yaks (een soort bergkoeien die op grote hoogte -5000m- leven, nvdr) gebruiken als hoogtedragers. Dat is natuurlijk totaal onwaar. Nog iets: alleen al de schrijfwijze van mijn naam. Zelfs als ik het letter voor letter spel, duiken er variaties op als Björn of Vandeweghe. Allemaal niet zo erg, maar wel illustratief. Een ander voorbeeldje is mijn beklimming van Mount Vinson op Antarctica die ik zogezegd met Stef deed, terwijl die daar nog nooit geweest is. Ik deed die beklimming met mijn vrouw Magali. Ook over onze beklimming van Mount McKinley doken er fouten op.

Je zei dat kranten vaak fouten overnamen die in eerdere artikels verschenen waren, zijn daar voorbeelden van?

VANDEWEGE: Het duidelijkste voorbeeld? De eerste succesvolle beklimming van de noordzijde van de Mount Everest door een Belg. In de eerste artikels zie je het nog juist staan, dat er vorig jaar al een Belg levend terugkeerde van de top (Roland De Bare de Comogne bereikte op 17 mei 2006, 12u de top langs de Tibetaanse noordzijde van de berg, nvdr), maar op 16 mei duikt de fout de eerste keer op als zouden wij de eersten zijn. De fout blijft vanaf dan hardnekkig terugkeren. Zo zijn er nog talloze voorbeelden terug te vinden in ons archief!

Denken jullie dat die fouten kwaadwillig voorkomen om jullie in een kwaad daglicht te stellen?

VANDEWEGE: Neen, dat denk ik nu ook weer niet. Zoals ik al zei: het is niet de specialiteit van de meeste journalisten. Bovendien zullen die fouten er waarschijnlijk insluipen tijdens hun zoektocht naar sensatie of gewoon door misinterpretatie. Ik denk niet dat de media ons viseren, waarom zouden ze ook? Op een zeer specifiek punt hebben de media onze wensen overigens wel gerespecteerd, ondanks de scoopwaarde.

Je vrouw Magali moet zich anders wel opgejaagd wild gevoeld hebben.

VANDEWEGE: Zeker. Het was echt schandalig wat sommige journalisten deden, zonder schroom!

MAGALI: Ik kreeg continu telefoon, zeker tijdens de toppoging ging mijn gsm elk half uur af om te vragen of er nieuws was. En dan moet je rekenen dat het hier ’s nachts is hé! Enkel voor de jacht op een primeur. Het was om ziek van te worden en het leunde voor mij al dicht aan tegen stalking. Ik heb toen een hele dag niet kunnen werken.

VANDEWEGE: Het strafste was toen journalisten met een cameraploeg binnenvielen op haar werk terwijl ze in een meeting zat. Maar goed dat dit circus gedaan is.

Het circus is nu inderdaad gedaan. Denk je er nog vaak aan terug?

VANDEWEGE: (resoluut) Elke dag! Wel komen er steeds minder beelden terug, maar dat is normaal denk ik. Nu is er eerder een gevoel van trots. Maar wat me nu misschien nog het meest bijblijft is vreemd genoeg de aankomst op Zaventem.

Je hebt je doel bereikt door middel van goalsetting, een techniek waarbij het er ondermeer om draait je ambities uit te spreken zodat je er niet meer van onderuit kunt. Daarom mijn vraag: heb je al nieuwe plannen?

VANDEWEGE: Haha, die vraag had ik wel verwacht. Laten we daar nog maar even mee wachten, voor ik niet meer terug kan!