Poetin, een macho zonder al te veel scrupules, zorgde sinds zijn tweede ambtstermijn steeds vaker voor controverse. ‘De Russische glorie herstellen’ of beter zelfs ‘de Sovjetglorie herstellen’ leek zijn grootste betrachting. Verbale oorlogjes bleven niet uit, maar de diplomatieke brandblusapparaten stonden nooit ver weg. De machtsspelletjes uit de oude Koude Oorlog-doos werden regelmatig bovengedisseld door deze nieuwe vorm van assertieve politiek. Ondertussen zit Dimitri Medvedev als een vingerpop op de troon van de nieuwe tsaar. En wat is er veranderd? Niet veel.

Alles lijkt erop te wijzen dat het Rusland van vandaag steeds meer een prominente rol kan gaan spelen op het  politieke wereldvlak. De invasie van Georgië was daar het recentste voorbeeld van. Veel stoerdoenerij en uiteindelijk toch deels gelijk krijgen. De oorlog is nu zo goed als gedaan en we moeten eerlijk zijn: veel meer dan tandengeknars uit Europa heeft het niet opgeleverd. Zelfs de Verenigde Staten deden meer moeite om Rusland op zijn plaats te zetten – het sturen van een oorlogsbodem bijvoorbeeld –  dan de naaste buren. Europa blijft een economische reus, maar daarnaast ook een militaire knuffelbeer.

Terug naar de Russische invasie. Men zou verwachten dat het Russische leger – na de verdubbeling van het defensiebudget onder Poetin – de nieuwste wapens combineert met de meest spitsvondige technologieën. Anders zou er toch al lang gereageerd zijn? Niets van dit alles. Groot was mijn verbazing toen ik The Economist van 20 september opensloeg. Laat ik citeren:

Russian forces lacked surveillance drones and night-vision equipment. Radios worked poorly, and commanders resorted to using mobile phones. Troops barely co-ordinated with the air force, which lost several jets and dropped mostly old “dumb” bombs rather than modern smart ones. (The Economist, 20-26 september 2008, p. 31-32)

Waarom werd er dan niet harder ingegrepen? Uit angst voor de geschiedenis? Of vreesde men alsnog deze verouderde troepenmacht? Een andere drogreden zou ‘de waarden van de Westerse wereld’ kunnen zijn, of de ‘horror van elke oorlog moet ten allen prijze voorkomen worden’. Dit Rusland is ondanks het hoge troepenaantal geen match voor een modern en degelijk uitgerust leger. Rusland toont zijn tanden, maar het gebit is verouderd en onvolledig. Daar het Kremlin ook niet louter bemand wordt door uilen, moet er een andere reden zijn voor de overdreven assertieve en bij wijlen agressieve politiek. En die reden hoeven we niet ver te zoeken: geld.

De Europese afhankelijkheid van Russische olie- en gasbronnen is dermate indrukwekkend dat zelfs een tot de tanden bewapend Europees leger – als het er ooit al zou komen – geen halt had kunnen roepen tegen de oprukkende Russische troepen. Geld en economie regeren tegenwoordig onze geglobaliseerde wereld, veel meer dan me lief is. We kunnen ons dan ook afvragen wat de solo-missie van Sarkozy (zie weblog Bernard Bulcke) in petto had voor de Siberische Russen. Een zakje roebels?