De kop is er af. Net zoals het wielerseizoen nu echt op gang geblazen is met La Primavera, zo ook zijn de komende verkiezingen van 7 juni aan hun wedren begonnen. De voorbije week was voor mij alleszins erg Europees. Een debat in de Vooruit, een studienamiddag aan de Universiteit Antwerpen en dan nog eens 2 boekjes over Europa doorgeschaatst. En wat zag ik zaterdag in De Morgen? “Putain, putain, daar is Verhofstadt weer”. Het kan niet op. En eerlijk, ik heb er van genoten. Het Europese project ligt me na aan het hart en zonder twijfel heb ik weer heel wat opgestoken. Zouden de komende verkiezingen (waarin er zowel voor de regio’s als voor het Europees Parlement wordt gestemd) nu toch de schijnwerpers plaatsen op de vergeten dominantie van het Europese niveau?

Ik denk het niet. 7 juni is nog net te ver af om met volle kracht de Vlaamse vloot uit te sturen. Wie over Europa wil spreken, zal snel moeten zijn. Natuurlijk hoop ik dat ik ongelijk heb, maar de geschiedenis leert ons een hele hoop. Verkiezingen van het Europees Parlement zijn doorgaans second-order elections: er wordt wel gestemd, maar eigenlijk niet over de juiste kwesties. Doordat ze samenvallen met de regionale verkiezingen, stemmen we ook op de Europese lijst eigenlijk over Vlaamse thema’s.
Misschien voedt het titanengevecht tussen Jean-Luc Dehaene en Guy Verhofstadt deze keer wel de kolommen van de media. Maar denken beide heren eigenlijk niet hetzelfde over de Europese Unie? We hebben nood aan een ander Europa, met meer diepgang en meer verantwoordelijkheden. De weg daar naartoe en de middelen verschillen misschien wat, maar of dat tot heftige debatten zal leiden? Ik geloof van niet. Dat de lijsttrekker van die andere traditioneel grote Vlaamse partij zegt voor bijna honderd procent achter het pleidooi van Verhofstadt te staan, zegt eigenlijk wel genoeg.  Nu komt er natuurlijk ook een zogenaamd Euro-realistische oproep, onder leiding van Derk-Jan Eppink (Lijst Dedecker), maar of de fundamenten zo divers zullen zijn? Een gebrek aan conflicterende elites, dat is het, en dus niet sexy genoeg voor de media. Een rechtstreeks gevolg is de teloorgang van de voeling met het Europese project en bijgevolg haken mensen af. Europa is een logge, bureaucratische en geldverslindende machine geworden in de hoofden van de mensen. Waarom zouden ze daar nu iets over willen horen? “Het gevoel” waar Jan Leyers het woensdag over had ontbreekt. Europa is te institutioneel geworden en dat sijpelt door in de Eurobarometers die onder meer de populariteit van het Europese project meten. De discongruentie tussen het belang en de intersse voor Europa is dramatisch groot. Europe is in decline, en dat is een erg spijtige zaak.

Mijn enige hoop rust zowaar bij Vlaams Belang. Als enigen profileren zij zich als anti-Europees. En hoe doen ze dat? Met de focus op de toetredingsonderhandelingen met Turkije. Over die kwestie zijn al tonnen literatuur verschenen. Je hebt voorstanders en tegenstanders, maar de verkiezingen van het Europees Parlement hebben eenvoudigweg niets – maar dan ook helemaal niets – te maken met de toetreding van Turkije tot de EU. Maar tja, hoeft dat? De voorbije jaren gingen de Europese verkiezingsdebatten uiteindelijk ook over de institutionele hervorming van Europa. En laat net dat het punt zijn waar het Europees Parlement bitter weinig te zeggen heeft.
Je zult het zien: het afschaffen van de unanimiteitsregel, de verdieping van de Europese Unie, de aanstelling van een sociaal-economische regering op Europees niveau, het uitbreidingsproces, … Dát zullen de thema’s zijn waarover gediscussieerd wordt. Niet hetgeen waar Europarlementsleden echt mee bezig zijn. En laat net dat al meteen bovendrijven bij het Vooruit-debat waarin ook Guy Verhofstadt zijn zegje deed. Hij wil zetelen om de hervormingen die hij aanprijst in zijn ‘New Age of Empires’ door te drukken. Tja, dat kan nu eenmaal niet.

Maar nu we daar toch aanbeland zijn. Waar moet het heen met de toekomst van het eens zo prestigieuze Europese project? Journalist Paul Goossens vloekt op personages als Filip Dewinter, die in de achteruitkijkspiegel kijken om te zien in welke richting Europa moet. Maar zie je de richtingaanwijzers als je steeds in het verleden leeft? Kan het ook geen kwaad af en toe vooruit te kijken? Het is niet enkel een must, het zou een verdomde plicht moeten zijn voor politici. Maar ook Paul Goossens is niet onverdeeld positief. Integendeel, hij schetst een uiterst pessimistisch beeld over de toekomst en de verdieping van de Europese Unie. Hij gaat niet voorbij aan de talrijke succesverhalen, waarin hij druk gesticulerend wordt bijgestaan door een bevlogen Guy Verhofstadt, maar ziet niettemin een abrupte pauze in het verhaal. De unanimiteitsregel moet geloosd worden, anders raakt het schip niet meer van wal. De rivier naar de volgende haven ligt bezaaid met discussies en aanslepende onderhandelingen. Maar mét unanimiteitsregel zinkt de boot. Het Europese schip is niet wendbaar en botst gegarandeerd op een mijnenveld van nachtelijke frustraties en lege compromissen.

En wie is de persoon die je daar tegenover moet zetten? Juist, Guy Verhofstadt. Bevlogen, ik zei het al, en gepassioneerd voluntaristisch. Het optimisme droop van hem af. Zijn boekje vol goede ideeën las ik in één ruk uit en getuigt van een uitweg. Dezelfde rivier, vol mijnenvelden, maar een ander schip. Een ander Europa, flexibeler en toch standvastiger. En belangrijk: met een sterke kapitein aan boord. De vraag blijft of ook de andere bemanningsleden mee willen. Want één matroos gaat ten onder op de kalmste zee. Maar als ze mij meevragen, spring ik zonder zwemvest aan boord.

Boeken:

Advertenties