De smekende stilte – Joe Simpson

Joe Simpson, gelouterd klimmer en schrijver, werd wereldberoemd met zijn klimmersepos ‘Touching the void’ (vertaald als ‘Over de rand’). In het boek dat later verfilmd werd, tekent hij zijn doodsstrijd met ijzingwekkende precisie op. De succesvolle beklimming van de Siula Grande (Peru) loopt dramatisch af en krijgt een akelig staartje in de afdaling, waar de dood gewaande Joe tot wanhoop wordt gedreven en ternauwernood overleeft. Na talloze operaties en het schrijven van zijn verhaal, wordt de man een levende legende.

In ‘De smekende stilte’ vertelt hij over zijn dilemma’s, de constante confrontaties met de dood en zijn blijvende angsten. Opgejaagd door de talloze sterfgevallen in zijn onmiddellijke omgeving besluit hij de bergsport – die hij eens zo lief had dat niets hem kon tegenhouden – vaarwel te zeggen. De angst, de dood, … alles komt akelig dichtbij bij elke nieuwe begrafenis van een collega-klimmer en hij beseft dat hij zijn passie kwijt is. Hij wil echter geen afscheid in mineur, hij wil een groots afscheid dat zijn liefde voor de bergen eer aan doet. Onder meer aangespoord door zijn goeie vriend Ray besluit hij zijn jeugddroom na te streven: de noordwand van de Eiger. Na het lezen van ‘De witte spin’ van Heinrich Harrer op zijn 14e had Joe Simpson besloten nooit klimmer te worden: te gevaarlijk, te dodelijk, te suïcidaal. En zeker de Eiger! Maar wie kan de wegen van het lot doorgronden? Zovele jaren later is hij zelf de inspiratiebron voor talloze klimmers en avonturiers. De Eiger-noordwand wordt hét orgelpunt van een mooie klimcarrière.

De schrijfstijl van de auteur is erg vlot, waardoor ik maar niet kan beslissen of ik over ‘de klimmer’ dan wel over ‘de schrijver’ moet spreken. Bovendien gaat het niet louter om het technische aspect van de beklimming, maar neemt de auteur de lezers mee naar de mens achter de klimmer. Hij spreekt over zijn angsten, zijn mislukkingen en zijn eigen falen, evenzeer als hij praat over zijn successen. Pardon, wat zeg ik? Hij praat amper over zijn persoonlijke successen en benadert de lezer op een erg toegankelijke manier. Zelfs de helden waar wij als aspirant-klimmers naar opkijken blijken angsten te hebben, blijken menselijk te zijn!

Zonder de clou van het verhaal te willen verraden, vind ik het toch mooi dat de uitkomst van zijn ervaringen niet vooropstaat. Vele bergsportboeken focussen op het succes, het behalen van de top. De andere focussen dan weer op het drama-aspect, het dodentol of de ergste ervaringen die ieder warm ingeduffeld mens doen rillen, ondanks de dampende kop thee in de hand. Joe Simpson slaagt er wonderwel in zijn boodschap breed, verslavend en aantrekkelijk te vertellen. Hij is een meesterlijk verteller en het is dan ook een genoegen zijn boeken te lezen. Stiekem ben ik het succes van zijn aangrijpende relaas in Touching the Void dankbaar.

Naast de persoonlijke touch in het boek leren we veel bij over de motivaties van klimmers in het algemeen, maar meer nog over de geschiedenis die onlosmakelijk verbonden is met de berg. Die geschiedenis die haar de onheilspellende en tegelijk hypnotiserende kracht geeft. Dit is niet zomaar een berg, het is een epische piek verbonden met talloze verhalen – dramatisch en oprecht – die de bergsport een onweerstaanbaar charme bezorgen. De bergen, de leegte en de stilte daarboven wenken ons. Zacht en verleidelijk hoe ze daar glimmen in de sneeuw, maar net als een rasechte diva kunnen ze ons zo veel pijn doen. En toch… die smekende stilte.