‘Into the Wild’ (vertaald als: De Wildernis In) van Jon Krakauer is misschien wel één van de meest ingrijpende boeken die ik heb gelezen. Mijn jeugdige persoon was enorm onder de indruk en het zette me aan om na te denken over moraliteit, over normen, waarden. Het ‘ethische leven’ zoals Kierkegaard het zou benoemen. Daarna las ik Tolstojs ‘Mijn Biecht’, een dodelijk pessimistische kijk op het leven, waarin hij door de pure zwartheid van zijn denken afglijdt naar een melancholie die de diepste zenuwen ontgrendeld en uiteindelijk zijn heil zoekt in religie als antwoord op alle vragen en getormenteerde gedachten die hem vervullen. Op dat moment kon ik de zwartgalligheid van zijn bestaan niet vatten en werd mijn geest opnieuw opengesteld voor andere literatuur. Na het zien van de verfilming van ‘Into the Wild’ kwamen de gevoelens terug die ik beleefde tijdens en na het lezen van Krakauers boek. Ik herbeleefde de dodelijke zoektocht naar het ethische bestaan van Christopher Johnson McCandless.

Zijn verhaal is even onwaarschijnlijk als gedurfd, even mooi als eenzaam, maar bovenal is het heel tragisch. Het is de zoektocht van een verstandige jongeman naar een leven wars van alle platgetreden paden. Hij probeert te ontsnappen uit de diepe groeven die onze samenleving voor ons heeft klaargestoomd en doet dat op een heel eigenzinnige, vaak zelfs onbezonnen manier. Na zijn afstuderen trekt hij er op uit met zijn auto, die hij later achterlaat met zijn resterende geld. Hij start een zoektocht naar zichzelf, weg van zijn familie en op zoek naar dat smeulende verlangen uit de maatschappij te stappen. Zijn zoektocht brengt hem steeds verder westwaarts, tot hij zijn final destination voor ogen heeft: de ruwe kilheid van het eenzame kluizenaarsleven in de natuur, in de witte wildernis van Alaska. Ik heb er eindeloos veel respect voor, eenvoudiger kan ik het niet zeggen. Hij doet wat zo velen van ons zouden moeten doen, hij zegt ‘foert’ tegen onze maatschappij en hij doet dat met verve, met stijl. Zijn boodschap is aangekomen.

Hij slaagt er ook in om een ander gevoel op te wekken dat vaak komt bovendrijven in mijn miezerige gedachten: de drang om iets na te laten op deze wereld. Ik denk dat iedereen wel dergelijke momenten heeft, momenten dat hij/zij niet doelloos wil ronddwalen, zijn leven leven en sterven als een gecamoufleerde grijze muis die undercover leeft. Ook ik val daar regelmatig aan ten prooi, strijdend tegen de vergetelheid die gepromoot wordt door deze tijd. Ik wil iets aanvangen met mijn leven en zeker in mijn nu nog jonge jaren wil ik trachten te leven in de geest van iemand als Chris McCandless – ofte Alexander Supertramp. Hij liet iets na, hoewel hij het met een veel te grote prijs heeft moeten bekopen.

Natuurlijk ben ik niet blind voor de kritiek op zowel boek als film(te romantisch voorgesteld), maar dat neemt niet weg dat het verhaal inspirerend werkt. Zelf zal ik nooit zo ver gaan, maar het streven naar moraliteit ging als een schreeuw recht naar mijn ziel. De zaden zijn geplant toen ik nog erg beïnvloedbaar was en de drang om zich te onderscheiden blijft voortleven. Niet onderscheiden van andere individuen of op een goed/fout-schaal, maar onderscheiden van de rest van de maatschappij en de samenleving. Leven als een goed mens, een ideaal waar ieder mens naar zou moeten streven. Maar Chris vergat één iets tijdens zijn extreme zoektocht naar onderscheiding, een openbarend iets, en hij komt daarachter als hij stervend zijn laatste woorden optekent: ‘Happiness is only real when shared’. Het zou zijn erfenis aan deze wereld worden.