Ik ben thuis. De weken vlogen voorbij, enkel ingehaald door de veelheid aan kleine en minder kleine wonderen. Peru had me in zijn ban, ondanks de chronische onvriendelijkheid bij een groot deel van de bevolking. Toeristen zijn – om het met Samuel te zeggen – “witte portefeuilles” en elke ontmoeting is een nieuwe opportuniteit om ze op te lichten. En geloof me, er zitten veel Peruvianen klaar langs de talloze platgetreden toeristenpaadjes. Honderd meter lopen zonder toeristisch kraampje (met allemaal dezelfde spullen: mutsen, sjaals, poncho’s, …) voelt aan als een bevrijding en wordt bijna evenveel geapprecieerd als een busrit zonder pamfluitmuziek. En toch, het was ontluisterend prachtig.

18 augustus, Arequipa
Langzaam ontwaken in “de witte stad”. De vroege ochtend voelt wat broeierig aan, de lange rit hangt overduidelijk nog in de kleren. De stad lijkt op het eerste zicht niet erg spectaculair. De perfecte vulkaan Misti verovert daarentegen al snel onze harten. Mooier afgewerkt kan een berg echt niet zijn.
De dag brengt vooral praktische beslommeringen met zich mee. Eerste opdracht: een hotelkamer zoeken. We nestelen ons in een rustig en rustiek ogen koloniaal pareltje. Ondertussen heeft de stad al een heel ander gelaat laten zien. Talloze mooie gevels herbergen kleine steegjes, bloementuinen en gezellige patio’s net voorbij de poort. Rustiek, warm, gezellig en stijlvol, zonder meer. De charme van het “sillar” – het witte lavagesteente waaruit de huizen zijn opgetrokken – is moordend krachtig. Eindelijk, een stad om te ontdekken.

Helaas, een stad blijft evenwel een stad. De verkeerschaos overheerst ook hier – hoewel minder beklemmend dan in Lima. Nog steeds ben ik er niet uit welk gevoel over de stad het sterkst is. Na de zoektocht voor een hotel gaat ons verhaal verder. De kamer kunnen we nog niet in, waarop we ons op het dakterras installeren. Marinka leest als een verslaafde denderend voort in “De dochter van Isfahan”, ik vlei me neer in haar schoot voor een tukje. Het duurt niet lang voor de brandende zon mij in een diepe sluimer doet verzinken. De uren tikken voorbij en ’s middags word ik wakker, een schuine nekpijn kwelt me lichtjes. De namiddag bracht niet veel noemenswaardigs. Oké, we ontdekten nog prachtige huizen en een antiekwinkeltje waar we eeuwig in konden rondsnuisteren. Het aflopen van de talrijke trekkingagentschapppen was er ten lange leste evenwel te veel aan. De grimmige herhalingen domineerden ons gevoel. Vroeg slapen en recuperen moest soelaas brengen.

19 augustus, Arequipa
Opnieuw wakker worden in een zonovergoten Arequipa. Deze keer na een goede nachtrust in een deftig bed. Opnieuw klaar om te genieten van een mindere versie van Minas Tirith. Een goed – alhoewel – ontbijt en vooral een verfrissende douche laten ons verrijzen voor een nieuwe dag. Na het regelen van de tour door de Canon del Colca was er tijd om te snuisteren, rond te dwalen, te verdwalen en te genieten in de eindeloze, prachtig geschilderde steegjes van het Monasterio de Santa Catalina. Donker oranje (er bestaat ongetwijfeld een mooiere en meer correcte naam voor het prachtige pastelkleur, maar ik blijf een man) en een heerlijk licht blauw wisselen het karaktervolle wit sierlijk af, glimmend in de prachtige avondzon. Hemels.

20 augustus, Chivay
Vertrekken naar “de diepste canyon ter wereld”. Voor de tweede keer in mijn leven en ook hier vatbaar voor discussie. Na Nepal – bezwaarlijk een canyon te noemen, ondanks het hoogteverschil – weet men het hier ook niet echt zeker. Is het nu deze canyon? Of toch een vallei noordelijker? Soit, hoog is hij in elk geval. Of beter: diep.
Een vroege bus, haasten om op tijd te zijn. Eens iedereen opgepikt is rijden we langzaam Arequipa uit. De gids vertelt over alles en niets, over vroeger en nu, wisselend tussen spiritualiteit, geloof, geologie en statistiek. Leuke weetjes, sappige verhalen en toeristische zever. Onderweg naar Chivay stoppen we regelmatig, voor vicunya’s, lama’s, alpaca’s en uitkijkpunten. Het gepalaver van de gids – Engels en Spaans door elkaar, soms wat chaotisch – was er soms wat teveel aan. Meer en meer passagiers zakten af en toe weg in een dromerige waaktoestand.
Vanaf het hoogste punt ging het bergaf richting Chivay, voor een buffet, een korte zondagswandeling, het genot van de hot springs en uiteindelijk de folkloristische avond. Mooi, maar niet onvergetelijk.

21 augustus, San Galle Oase
Vroeg opstaan om ons te ergeren aan een desastreus en rampzalig slecht ontbijt. Vervolgens de overdreven toeristische folklore en dan nog de niet opduikende condors. Het tij moest keren – en zou dat ook doen. 8u50, de veel te verre condors scheren plots langs onze hoofden – of toch ongeveer. Hoe gigantisch, heersers van thermiek, koningen onder dieren. Heerlijk om hen te zien glijden op de onzichtbare maar sterke lagen in de lucht. Helaas riep de bus, de magie verstorend en misschien wel de beste momenten missend.
Cabanaconde, onze gids Ali en veel te weinig water: het vertrek voor de afdaling naar de oase oogt rooskleurig. Een redelijk eindeloze afdaling in een dor landschap vol stof en cactussen. Talloze stenen verhinderen een vlotte afdaling en het immer in een ooghoek sluimerende eindpunt lijkt nauwelijks dichterbij te komen. De overdonderende hitte, de korte nacht, nauwelijks ontbijt en ons acute gebrek aan water laten zich gevoelen. Drie uur later is alle ellende echter al achter de rug.
Een prachtig zwembad, uitgehouwen in de rots door Moeder Natuur zelf, palmbomen, vernuftige irrigatiesystemen, stromende watertjes en een hut in bamboe. Rustgevend, stil en warm. Tot de zon er rond 15u de brui aan gaf. Het nadeel van een diepe canyon… Het water leek plots vriezend koud toen we voor een eerste duik gingen. Best dat we niet langer wachtten.